WVS Onderwijs
Kernwaarden
Advies
Coaching
Onderzoek
Interim-management
Kwaliteit
Onze Medewerkers
Allianties
Huisvesting
Trainingen & Workshops
Referenties
Contact
Sitemap
         
        
         WVS Onderwijs BV
         Meridiaan 26
         2801 DA  GOUDA
         0182-682330
         info@wvsonderwijs.nl

Nieuwsbrief juni 2010


Inspectie richt vizier op kwetsbare leerling

In 2011 zal de Onderwijsinspectie in haar toezichtbeleid gericht aandacht schenken aan de positie van kwetsbare leerlingen in het onderwijs. Daartoe rekent de inspectie onder andere leerlingen die geen startkwalificatie halen of intensieve begeleiding nodig hebben en (hoog)begaafde leerlingen die onvoldoende uitgedaagd worden. Dit staat in het concept jaarwerkplan van 2011.
Demissionair minister van Onderwijs Rouvoet heeft het concept naar de Tweede Kamer gestuurd omdat de vaste Kamercommissie van Onderwijs november 2009 te kennen heeft gegeven dat ze in een vroeger stadium inzicht wil hebben in de agenda van de inspectie. Het resultaat is dat er nu een stuk van de inspectie bij de Tweede Kamer ligt met deels blanco pagina's.
Het voornemen van de inspectie om het vizier te richten op kwetsbare leerlingen is in het stuk al wel uitgewerkt. Er bestaat geen definitie van de kwetsbare leerling, merkt de inspectie op, maar het betreft in ieder geval voortijdig schoolverlaters, leerlingen in het speciaal onderwijs, het praktijkonderwijs en het leerwegondersteunend onderwijs (lwoo). En begaafde leerlingen vallen ook in die categorie.
"Aandacht voor kwetsbare leerlingen kan hun kans op succes vergroten en draagt daarmee ook bij aan de verhoging van de onderwijsopbrengsten en de resultaten. In de loop van de komende twee jaar wil de inspectie het onderwerp verder verkennen, met het doel er enerzijds over te rapporteren en er anderzijds in het toezicht op de scholen nader op in te kunnen spelen", staat in het werkplan te geschreven.
Een ander belangrijk item dat de inspectie in 2011 onder de loep neemt is het functioneren van de leraar, 'de hoeksteen van het onderwijs'. "Uit nationale en internationale onderzoeken en de Onderwijsverslagen blijkt overduidelijk dat de inzet en de kwaliteiten van de leraren essentiële voorwaarden zijn om de doelen van het onderwijs, goede opbrengsten, te bereiken", aldus de inspectie.
Waar het misgaat op scholen, blijkt een belangrijke oorzaak vaak te liggen in het tekortschieten van leraren en de onderwijskundige leiding, stelt de inspectie. De vragen die onderzocht gaan worden betreffen onder meer welke rol de mate van kwaliteit van de leraar en de onderwijskundige leiding speelt bij het ontstaan van (zeer) zwakke scholen en opleidingen, wat de professionele ruimte voor leraren in een organisatie is en wat de kwaliteit van pedagogisch en didactisch handelen van docenten in de kernvakken is.
Ook kijkt de inspectie naar de kwaliteit van lerarenopleidingen en nascholing.

Bron: Besturenraad, 15 juni 2010


CBS noteert verdere daling openstaande vacatures

Aan het einde van het eerste kwartaal van 2010 stonden 113 duizend vacatures open in Nederland; 11 duizend minder dan een kwartaal eerder. Het aantal openstaande vacatures daalt hiermee verder. Ook in het onderwijs is er sprake van een flinke daling in het aantal openstaande vacatures. Dit blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
Eind september 2007 bereikte het aantal openstaande vacatures met 248 duizend een record. Na het derde kwartaal van 2008 daalde het aantal vacatures zeer sterk. In het derde kwartaal van 2009 stabiliseerde het aantal openstaande vacatures vrijwel, maar vanaf het vierde kwartaal van 2009 neemt het weer verder af. De daling in het eerste kwartaal van 2010 doet zich voornamelijk voor bij de niet ­commerciële dienstver­lening, vooral bij de overheid.
 
Omdat in het onderwijs de vacatures ook teruglopen, biedt de economische situatie van dit moment de sector dus kansen om per­ soneelstekorten beter het hoofd te bieden en vacatures vaker en beter in te vullen.
Hoewel het aantal openstaande vacatures laag is, komen er wel nog steeds nieuwe vacatures bij en vinden ook nog steeds veel mensen een nieuwe baan. De werkloosheid is in de periode februari­april 2010 dan ook voor het eerst sinds de zomer van 2008 afge­ nomen. Het is echter te vroeg om te spreken van een omslag in de ontwikkeling van de werkloosheid.

Bron: AVS, 11 juni 2010

 

Vergrijzingsmonitor 2010: scheefgroei personeelsbestand, verstarring en beperkte doorstroom

In een kwart van de bedrijven en instellingen zijn de problemen van de vergrijzing nu al concreet zichtbaar, organisaties lijken zich te laten overvallen en driekwart is niet actief met het onderwerp bezig. Dat blijkt uit de Vergrijzingsmonitor 2010. In het onderwijs is de situatie nijpend: 40 procent ervaart al problemen als gevolg van vergrijzing en 72 procent verwacht er in de komende jaren (nog meer) mee van doen te krijgen.
Het gebrek aan beleid, prioriteit en actie zorgt onder andere voor een scheve personeelsopbouw, verstarring van de organisatie en een gebrek aan doorstroom. In het sommige sectoren vormt daarnaast de stijging van de loonkosten een groot probleem.
In slechts de helft van de organisaties heeft het onder­werp in het afgelopen halfjaar bij het management­team op de agenda gestaan. Ook houden nog veel organisaties (zo’n 40 procent) bij de opbouw van het personeelsbestaand helemaal geen rekening met de vergrijzing. Meerjaren personeelsplannen zijn vooral in de publieke sector schaars. Slechts een kwart van de organisaties voert een proactief beleid om problemen als gevolg van de toekomstige uitstroom te voorkomen. Het grootste probleem van de vergrijzing is volgens 56 procent van de ondervraagden dat de balans in de organisatie wordt verstoord. Omdat medewerkers lang op dezelfde plek blijven zitten, wordt de organisatie star (zegt 52 procent) en te weinig flexibel om in te spelen op veranderende omstandigheden in de markt. Doordat medewerkers lang dezelfde positie behou­den, komt ook de doorstroom en interne mobiliteit in gevaar, vindt nog eens 49 procent: de organisatie groeit scheef en wordt stroperig. Daarnaast wordt de beperkte bereidheid tot veranderen (48 procent) en een tekort­schietende motivatie bij ouderen (45 procent) steeds meer als een probleem gezien.
Alleen managers in de (kennisintensieve) publieke sector zien kennisverlies anno 2010 nog als de grote bedreiging. Tweederde van de ondervraagden in deze sector verwacht problemen: door het massale vertrek van ouderen dreigt een gat in het ‘geheugen’ van de sector te ontstaan.
Organisaties moeten meer doen om de inzetbaarheid van (oudere) medewerkers te vergroten, vindt een groei­end aantal managers in de publieke sector (44 procent). Bijvoorbeeld door het houden van periodieke loopbaan­gesprekken met (oudere) werknemers. Af en toe een goed gesprek houden over wensen en doelstellingen van medewerker en organisatie kan positief werken, net als het tijdig zoeken naar alternatieven (binnen en buiten de organisatie) voor medewerkers in een zware of belastende functies.
Ook denken veel managers – zo blijkt uit het onder­zoek – dat een actiever gezondheidsbeleid de inzet­baarheid van oudere medewerkers kan verbeteren. Opvallend is dat bijna een kwart van de organisaties die aangeeft dat ze meer moeten doen om de inzetbaar­heid van ouderen te vergroten, niet weet hoe ze dit aan moeten pakken.
De Vergrijzingsmonitor is een onderzoek dat sinds 2007 jaarlijks uitgevoerd wordt in opdracht van Kluwer, KPMG en Randstad. Het onderzoek is uitgevoerd onder 1.966 mensen, overwegend in midden­en hoger management.
Meer informatie: www.organisatieenvergrijzing.nl

Bron, AVS, 11 juni 2010


Budget verbetering binnenklimaat verhoogd

Minister Rouvoet heeft het subsidieplafond van de specifieke uitkering van de Regeling binnenklimaat huisvesting primair onderwijs verhoogd van €97,3 miljoen naar €103,577 miljoen. Deze wijziging houdt in dat de aanvragen van gemeenten die tot 125% van het maximumbedrag hebben gevraagd, alsnog volledig worden gehonoreerd. De betreffende gemeenten ontvangen van DUO in de loop van juni de beschikkingen met betrekking tot deze budgetverhoging.

Bron: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, 8 juni 2010 


Grote uittocht van onderwijspersoneel voorspeld

Van de bijna één miljoen werkenden in het onderwijs en bij de overheid zijn in 2020 gemiddeld 7 op de 10 mensen vertrokken of van baan gewisseld. Hiermee staat de continuïteit en de kwaliteit van het onderwijs en van overheidsdiensten onder druk. Dit blijkt uit een toekomstverkenning van het ministerie van Buitenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (BZK), werkgeversorganisaties en vakbonden.
Het wordt moeilijk om hier voldoende en geschikte mensen voor terug te krijgen. Omdat de arbeidsmarkt weer krap wordt, óf vanwege een tekort aan geld als gevolg van de economische crisis. Of allebei. Sociale partners in de publieke sector maken zich zorgen over het behoud en de kwaliteit van het onderwijs en de diensten van de overheid. Met maatregelen kan niet worden gewacht tot het huidige personeel vertrokken is. Zeker niet als de economie weer aantrekt. Door de economische crisis moeten overheids- en onderwijswerkgevers tegelijkertijd echter rekening houden met krappe budgetten, met als gevolg dat er een tijd lang geen ruimte is om nieuwe mensen aan te nemen. Dit komt neer op een verdere vergrijzing van het personeelsbestand, met als risico verstarring en gebrek aan vernieuwing. Bezuinigingen die leiden tot minder ruimte voor loonsverhogingen maken het lastiger voor publieke werkgevers concurrerend te blijven op de arbeidsmarkt. Werkenden in het onderwijs- en bij de overheid zien als belangrijkste ontwikkelingen (in volgorde van belangrijkheid): ‘er komt steeds minder geld beschikbaar voor mijn organisatie’, ‘de gemiddelde leeftijd van mijn collega’s wordt steeds hoger’ en ‘veel van mijn collega’s gaan de komende jaren met pensioen’. Innovatie en vernieuwing lijken voor de publieke sectoren de belangrijkste uitdaging.
 
Bron: AVS, 11 mei 2010


Nieuw kabinet aan de slag met toekomst subsidies

Het nieuwe kabinet en de nieuwe Tweede Kamer zal zich gaan buigen over de vraag wat er met de 153 'subsidiepotjes' moet gebeuren op de begroting van OCW. Tijdens de begrotingsbehandeling in november 2009 had toenmalig minister Plasterk gezegd dat hij nog voor 1 mei 2010 met een voorstel zou komen, maar demissionair minister Rouvoet ziet daar vanaf.
Het was het CDA-kamerlid Jan Jacob van Dijk die de discussie over de tientallen subsidies in gang heeft gezet met zijn verzoek aan de minister om nou eens een overzicht te maken van alle regelingen die niet tot de reguliere begrotingsuitgaven behoren. Het bleek voor de ambtenaren van OCW nog een hele klus om een goed beeld te krijgen. Anders dan Van Dijk had verwacht was zo'n overzicht niet met een druk op de knop uit de computer tevoorschijn te halen.
Minister Plasterk zei tijdens de behandeling van de onderwijsbegroting toe om voor 1 mei met een actieplan te komen 'om de subsidies te stroomlijnen'. Maar die toezegging is doorkruist door de val van het kabinet.
Inmiddels liggen er ook voorstellen op tafel van de Heroverwegingscommissie om drastisch te bezuinigen bij de overheid. De werkgroep Productiviteit Onderwijs van deze commissie heeft eveneens naar de subsidies gekeken en voorgesteld om de subsidies zoveel mogelijk te beperken tot activiteiten die gaan over het 'wat'.
Er wordt daarnaast gewerkt aan een wetsvoorstel voor de invoering van een bestemmingsbox binnen de lumpsum. In die box zouden een aantal subsidies kunnen opgaan zodat ze vast onderdeel worden van de lumpsum.
In 2010 beloopt het totale bedrag van de subsidiepotjes van OCW ruim 1,1 miljard euro (inclusief cultuur), blijkt uit het overzicht van de Heroverwegingscommissie. De bedragen variëren heel sterk. Enkele voorbeelden: wetenschap en onderzoek 157,5 miljoen, Rebound 78 miljoen, crisismaatregel mbo ruim 60 miljoen, onderwijstijdverlenging 13,1 miljoen, Krachtig Meesterschap 5 miljoen, Onderwijsmuseum 750.000, Steunpunt Studerende Moeders 50.000 en organisatie Beste Leerbedrijf 5000 euro.

Bron: Besturenraad, 29 april 2010


Basisscholen moeten miljoenen terugbetalen

Scholen die door eigen fouten te veel subsidie hebben ontvangen, moeten het geld terugbetalen. Dat zei demissionair minister André Rouvoet (Onderwijs) in een reactie op het jaarverslag van de Onderwijsinspectie, dat woensdag is verschenen. Daarin staat dat basisscholen 28 miljoen euro ten onrechte hebben ontvangen, omdat ze bijvoorbeeld meer leerlingen opgaven dan er werkelijk waren.
In de meeste gevallen (26 miljoen euro) hadden de scholen te veel leerlinggewicht aan de kinderen ‘gehangen’. Ze krijgen extra geld voor een kind van laagopgeleide ouders. Het resterende bedrag was voor de onjuiste aantallen. De scholen werden eerder al per brief hierop geattendeerd. Nu gaat er opnieuw een brief uit.
Het aantal fouten is verdubbeld ten opzichte van een jaar eerder, meldde de inspectie. In 2008 ging het om ruim 15 miljoen euro dat te veel is uitgekeerd.
Gekeken wordt of er een minder fraudegevoelige regeling kan worden bedacht, liet de demissionair minister weten.
 
Bron: Prima-Online, 28 april 2010
 

Wetsvoorstel referentieniveaus aangenomen door Tweede Kamer

Het wetsvoorstel ‘Referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen’ is recentelijk aangenomen door de Tweede Kamer. Naar verwachting zal het wetsvoorstel nog vóór de zomer worden behandeld door de Eerste Kamer. Het streven is de wet op 1 augustus 2010 in werking te laten treden.
De kern van het wetsvoorstel vormt het Referentiekader taal en rekenen. Hierin staat beschreven wat leerlingen op verschillende momenten in hun schoolloopbaan op het gebied van taal en rekenen moeten kennen en kunnen. Daarmee wordt het referentiekader een leidraad voor scholen, leerkrachten en onderwijsprogramma’s in het primair, voortgezet, speciaal en middelbaar beroepsonderwijs en vormt het de basis voor doorlopende leerlijnen taal en rekenen. Doel is het verbeteren van de taal- en rekenvaardigheden van leerlingen.
Workshops
SLO coördineert en verzorgt in opdracht van het ministerie van OCW gratis workshops over de referentieniveaus. Deze workshops richten zich op de overgangen tussen de onderwijssectoren. In overleg met SLO wordt bekeken of de workshop vooral moet informeren, of juist meer gericht is op de praktische toepassing van referentieniveaus.
Bron: AVS, 22 april 2010
 

Basisschool De Duiventil: stop met vergaderen, organiseer evenementenbureau en miniteams

Het idee van basisschool De Duiventil in Hoorn om schoolevenementen te laten organiseren door een evenementenbureau en te vergaderen in miniteams, behoort tot de zeven winnende innovatieconcepten voor het project InnovatieImpuls. Doel van het project is om met minder leraren een gelijke of hogere onderwijskwaliteit te realiseren.
Op 8 april 2010 zijn de zeven winnende concepten bekend gemaakt, waaronder het idee van De Duiventil, een school van de interconfessionele Stichting Penta. Binnen dit concept worden werkbijeenkomsten niet georganiseerd door de leiding, maar alleen door de medewerkers zelf als het onderwijs daarom vraagt of als zij daaraan zelf behoefte hebben.
Voor het organiseren van feesten en andere belangrijke activiteiten wordt op schoolniveau een eigen evenementenbureau opgezet. Doordat er geen plenaire vergaderingen meer zijn, komt veel tijd en energie vrij. Die kan besteed worden aan het primaire proces: het onderwijs in de klas. Dat komt de onderwijskwaliteit ten goede. Het betekent een omslag van een politiek-ambtelijke cultuur naar een professionelere cultuur, waarin professionals verantwoordelijkheid nemen voor hun taken.
De andere winnende concepten zijn: De virtuele campus van de Piter Jelles Montessorisschool (vo), E-klas PAL-student van de GSg Schagen (vo), Slim Fit van de Torenuil in IJsselstein (po), Leerlingen voor leeringen: e-coaches van Aloysius College Den Haag (vo), Onderwijsteams met onderwijsondersteuners in digitale leeromgeving van Onderwijsgroep Zuidwest-Drenthe (vo) en Videolessen regionaal georganiseerd van Bataafs Lyceum Hengelo (vo).
Alle scholen in het primair en voortgezet onderwijs kunnen tot en met 1 mei 2010 inschrijven op een van de winnende concepten. Daaruit worden scholen geselecteerd die een financiële bijdrage en ondersteuning krijgen. Dit wordt bekostigd uit de € 20 miljoen die het kabinet beschikbaar heeft gesteld onder de noemer InnovatieImpuls Onderwijs.
Bron: Besturenraad, 15 april 2010

Ouderinformatie zeer zwakke scholen

Met ingang van 1 april 2010 moeten besturen van scholen die door de inspectie als 'zeer zwak' worden beoordeeld, ouders/verzorgers van de leerlingen actief informeren over de bevindingen van de inspectie. De inspectie maakt voortaan voor iedere zeer zwakke school een samenvatting van het inspectierapport. Het bestuur van de school moet deze samenvatting met een begeleidende brief aan de ouders/verzorgers sturen. De samenvatting wordt ook gepubliceerd op de website van de inspectie, samen met het volledige inspectierapport. Verder wordt de lijst zeer zwakke scholen binnenkort vernieuwd (lay-out) en is het mogelijk per e-mail op de hoogte te blijven van veranderingen in het toezicht op een school.
Bron: Ministerie OCW, 9 april 2010
 

Basisscholen geven rijksgeld niet goed uit

Basisscholen besteden geld dat ze van het Rijk krijgen aan schoolgebouwen. Sinds 2006 mag dat niet meer, maar scholen krijgen van de gemeente niet altijd het geld dat ze nodig menen te hebben. Dat heeft minister André Rouvoet geschreven aan de Tweede Kamer.

Scholen geven de helft van het rijksgeld uit aan huisvesting van schoolbesturen, een kwart gaat naar nieuwbouw en nog eens een kwart naar verbouwingen. Uit onderzoek van de Inspectie van het Onderwijs is gebleken dat in 2006 basisscholen 28 miljoen in huisvesting staken, in 2007 was dat ruim 32 miljoen. Van die investeringen kwam 60 procent uit de bekostiging door het Rijk.
Scholen mogen dit geld alleen maar uitgeven aan personeel en lesmateriaal, maar het ministerie kondigde al eerder aan niet meteen geld terug te gaan vragen. Volgens de wet moeten gemeenten zorgen voor adequate huisvesting, maar het is nog maar de vraag of de regels die de gemeenten hanteren daarin wel voorzien.
Daar komt nog eens bij dat gemeenten een bedrag van 330 miljoen euro dat is bedoeld voor schoolgebouwen op de plank laten liggen. Het ministerie van Binnenlandse Zaken is nog aan het uitzoeken hoe dit komt. De rijksbouwmeester had ook al eens gezegd dat de scheiding van kosten voor schoolgebouwen en exploitatie ongelukkig kan uitpakken. Ook hier loopt nog een onderzoek naar.

Bron: Prima, 6 april 2010